Hoofddoekenpret en bikini’s in de zandbak

De recente Hollandsche consternatie rondom hoofddoeken brengt me terug naar 2002, toen ik voor een project in Riyadh, Saoedi-Arabië, moest zijn. Veel Midden-Oosten ervaring had ik niet, maar ik was niet gek en had me redelijk voorbereid omdat toch wel duidelijk was dat daar een vrij extreme vorm van de Islam aangehangen werd. De godsdienst vindt zijn oorsprong daar en Mohammed’s geboorteplaats Mekka trekt ieder jaar nog vele miljoenen moslims aan, die de stad tenminste één keer in hun leven moeten bezoeken. Het land kent een vrij strenge sharia wetgeving, en de duty free drank liet ik op weg naar de gate dan ook links liggen dit keer.

Eenmaal geland speelde zich een interessant tafereel af. Ik werd bijna onder de voet gelopen door een vrij agressieve horde taxichauffeurs in traditionele ‘qamis’, de witte jurk voor mannen, die ook allemaal zoals bijna alle mannen daar een rood-wit geblokte ‘keffiyeh’ op het hoofd droegen. Voor mij, opgegroeid met voornamelijk Amerikaanse films waarin de Westerse persoon altijd de held is en de licht getinte man met baard en theedoek altijd de terrorist, was dit een redelijk intimiderende ervaring, totdat ik me realiseerde dat de motieven uitsluitend van financiële aard waren. Ik koos de meest vriendelijk uitziende Arabier in de schreeuwende meute uit en nog geen 5 minuten later zoefden we in een zeer comfortabele luxe auto door de woestijn op weg naar mijn hotel.

Mijn bezoek aan Saoedi-Arabië was pakweg 6 maanden na de World Trade Center aanslagen in New York, en de wereld was nog behoorlijk op zijn hoede en soms zelfs ronduit paranoïde waar het moslims betrof. Mijn licht eigenwijze maar verder vriendelijke collega, die een paar dagen later zou arriveren omdat hij nog voor een project in Indonesië zat, was nog nooit in het Midden-Oosten geweest, had het niet zo op Arabieren en liet geen mogelijkheid onbenut om mij te mailen en te bellen met de vraag hoe ik Saoedi-Arabië ervoer, en of er reden tot zorg was. Mijn ervaring met de massa rood-wit geblokte hoofddoek dragende taxichauffeurs nog vers in het geheugen besloot ik er maar een grap van te maken. Ik vertelde mijn collega dat ik ‘m van het vliegveld op zou halen en dat hij zich nergens zorgen over hoefde te maken. De mensen waren over het algemeen erg vriendelijk. Ik verzon dat ik echter wel had begrepen dat er een zeer agressieve groep was die het op Westerlingen had gemunt, maar gelukkig zag je ze niet vaak en waren ze erg gemakkelijk te herkennen aan hun rood-wit geblokte hoofddoeken. Andere kleuren, zoals wit of zwart-wit geblokt, dat was OK, maar pas erg op met rood-wit. Dat was een clan extremistische moslims die je maar beter uit de weg kon gaan.

De grap was een succes. Verscholen achter een pilaar op het King Khalid vliegveld sloeg ik alles gade. Toen mijn collega eindelijk door de deur liep had ik me geen mooier schouwspel kunnen wensen. Net als ik werd hij belaagd door een horde rood-wit geblokte taxichauffeurs, en ik zag m’n collega even heel erg wit wegtrekken en twijfelen of hij niet onmiddellijk rechtsomkeert zou maken. Uiteindelijk verloste ik hem uit zijn lijden door tevoorschijn te komen; aan de grijns op m’n gezicht zag ie wel dat hij gedold was, en hij was daar zo ontzettend opgelucht over dat er verder geen onvertogen woord gevallen is over mijn ‘practical joke’.

Of de verschillende kleuren van de ‘keffiyeh’ echt betekenis hebben is me niet helemaal duidelijk. In Jordanië zag ik veel zwart-wit, in Saoedi-Arabië voornamelijk rood-wit. Het kledingstuk schijnt verder niet aan modegrillen onderhevig te zijn. In de jaren 80 werden ze in Nederland vaak als sjaal gedragen, al dan niet in combinatie met een stoer leren jack, en tegenwoordig zie je ze weer opduiken bij anti-Israël protesten. Een andere ‘kleurcode’ is dan duidelijker. Daar waar we in Azië en, in toenemende mate, in de Westerse wereld tegenwoordig nog wel eens moeite hebben mannen van vrouwen te onderscheiden is dat in de Arabische wereld vrij eenvoudig; mannen dragen wit en vrouwen dragen zwart. Aan frivole regenboogkleuren doet men daar niet; ik heb niet het idee dat de LGBTQIA2S+ club daar ooit voet aan de grond heeft gekregen en op de vraag in welke kleur gewaad hij/zij/hen zich hullen moet ik het antwoord dan ook schuldig blijven.

Mijn toenmalige Canadese vriendin had een broer, Tom, die in Vancouver een tijdje met een Saoedi-Arabische schone genaamd Aisha gerommeld had. Aisha had het juk van de streng-Islamitische leer snel van zich afgeworpen in Canada want ze werkte daar in een nachtclub, dronk als een vis en het gerucht gaat dat ze zelfs wel eens in wulpse kleding aan een paal gehangen heeft, maar daar wil ik vanaf zijn. Toen de relatie iets serieuzer werd en Aisha terug wilde keren naar haar thuisland kon Tom wel mee, maar dan moest er getrouwd worden én Tom moest zich ook even bekeren tot de Islam. Daar had Tom geen trek in en Aisha vertrok dus alleen naar Riyadh.

Tom kreeg via z’n zus lucht van mijn project in Riyadh en stelde voor dat ik Aisha daar zou ontmoeten; hij was toch benieuwd hoe het nu met haar ging. Prima, dus ik legde meteen contact met Aisha. Per telefoon kreeg ik de meest vreemde instructies van haar. Ze wilde me graag ontmoeten in de lobby van m’n Marriott hotel en ze had nog iets voor Tom dat ze aan me wilde geven. Ik zou haar meteen herkennen omdat ze de enige vrouw zou zijn die haar gezicht niet bedekt zou hebben; dat ging haar te ver. Ik mocht haar niet de hand schudden bij begroeting of afscheid, of haar op welke andere wijze dan ook aanraken. Ik mocht haar geen drankje of eten aanbieden. We zouden elkaar niet langer dan 10 minuten kunnen ontmoeten. Haar chauffeur (vrouwen mochten er destijds niet autorijden) zou een oogje in het zeil houden; mocht er iets mislopen dan moest ik m’n mond houden en hij zou het wel oplossen. Tot morgen!

Ik herkende Aisha snel inderdaad. Op gepaste afstand van elkaar ontspon zich een kort maar boeiend gesprek. Ze vertelde dat ze met name voor het geld was teruggekeerd maar dat ze de manier waarop er in Saoedi-Arabië met vrouwen omgegaan werd haatte. Daarom vloog ze ééns per maand met gelijkgezinden naar Bahrain waar het dan bal was. Zoals zoveel mensen daar trouwens. Ondertussen wierpen de Arabische mannen in de lobby mij blikken toe die er niet om logen. Hoe durfde deze Gristenhond een gesprek met deze vrouw te voeren?

Plotseling vertelde Aisha me dat haar chauffeur een signaal gaf dat ze moest vertrekken; het was beter om niet te lang samen te zijn met mij. Vervolgens zei ze: ‘ik heb nog een envelop voor Tom. Ik schuif die ongezien in de krant hier op tafel. Blijf nog minstens een kwartier zitten als ik weg ben. Neem dan de krant met de envelop erin mee en ga meteen naar je kamer. Zorg dat niemand het van je afpakt. Het was leuk je ontmoet te hebben, en groeten aan Tom!’ En weg was ze. Intussen had ik het gevoel dat ik me in een situatie bevond die toch redelijk in de buurt kwam van een goede James Bond film. Voor alle zekerheid bleef ik maar een half uur zitten en vertrok zonder verdere problemen naar m’n kamer met krant en envelop.

Eenmaal thuis deelde ik dit verhaal met m’n vriendin en gaf haar de envelop voor haar broer. Ze kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende de envelop, waar tot mijn grote schrik naast een brief voor Tom ook foto’s van Aisha in bikini tijdens één van de wilde weekends in Bahrain uitrolden. Ik was door het oog van de naald gekropen besefte ik. Ik weet niet wat de sharia wetgeving daar zegt over het in bezit hebben van weinig verhullende foto’s van een fraaie Saoedi-Arabische vrouw, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Ik trok, retrospectief, net zo wit weg als mijn collega op het vliegveld van Riyadh. ‘Ook Allah straft onmiddellijk’ wreef mijn collega mij later nog eens in.

Het leukste boek van 2023, ‘Gekheid op stokjes’, kun je hier bestellen! Verdere informatie kun je op deze website vinden.

Plaats een reactie